Doel en werking Verwijsindex MULTIsignaal – FAQ

Samenwerken begint met jezelf tijdig zichtbaar maken!

De MULTIsignaal Verwijsindex wordt gebruikt in 265 Nederlandse gemeenten. Deze FAQ geeft antwoord op vragen over het gebruik van de MULTIsignaal Verwijsindex in het algemeen. Per regio of instantie kunnen de terminologie en de werkwijze echter verschillen. Enkele regio’s beschikken over eigen informatiedocumenten. Informeer hiernaar bij uw regionale contactpersoon.

Meer informatie over het werken met de Verwijsindex vindt u op:
www.handreikingmelden.nl
www.verwijsindex.tv

 

1. Wat is de Verwijsindex en hoe werkt het?

De Verwijsindex is een digitaal hulpmiddel, dat professionals verbindt (d.m.v. een match), indien ze bij dezelfde jeugdige (0 tot 23 jaar) of jeugdige met een overeenkomende ouder betrokken zijn. Door het afgeven van een signaal in de Verwijsindex weet een professional sneller of ook andere professionals betrokken zijn bij het gezin en/of jeugdige. Zo kunnen zij hun zorgen delen over het veilig opgroeien en het ontwikkelen van jeugdigen.

Door voldoende tijdig gebruik te maken van de Verwijsindex, worden de professionals eerder geïnformeerd over elkaars betrokkenheid en zodoende in staat gesteld in een vroeg stadium de samenwerking met elkaar aan te gaan. Daarbij wordt na een match ook gevraagd wie, rondom de samenwerking, de regie heeft.

Bekijk ook de informatiefilm voor ouders op www.verwijsindex.tv/ouders. 

2. Waar is de Verwijsindex voor bedoeld?

Indien meerdere professionals tegelijkertijd betrokken zijn bij een jeugdige is het belangrijk dat professionals dit van elkaar weten. Op deze manier kan worden voorkomen, dat professionals langs elkaar heen werken.

Uit o.a. rapporten van het STJ en de evaluatie van de landelijke Verwijsindex, blijkt dat de Verwijsindex nog altijd een nuttig en handig hupmiddel is. De Verwijsindex is ontwikkeld met het doel betrokken professionals zo vroeg mogelijk met elkaar in contact te brengen om de hulp/zorg/begeleiding voor een jeugdige op elkaar af te stemmen. De Verwijsindex bemoeit zich nooit met uitvoering en legt geen inhoudelijke cliëntinformatie vast, maar faciliteert het proces van samenwerking.

3. Wat is de meerwaarde van het werken met de Verwijsindex?

De meerwaarde van de Verwijsindex is aangetoond. Uit onderzoeken naar de werking van de Verwijsindex is het volgende gebleken:

  • Professionals komen in contact met andere betrokken professionals waar nog geen contact mee was.
  • De Verwijsindex is het enige instrument dat domein-overstijgend professionals verbindt. Denk hierbij aan Werk&Inkomen, Onderwijs, Gezondheidszorg, Maatschappelijke ondersteuning en Veiligheid.
  • De Verwijsindex heeft een landelijke dekking, waardoor jeugdigen (en betrokken professionals) ook bij een verhuizing naar een andere gemeente in beeld blijven.
  • Professionals krijgen sneller zicht op andere jeugdigen met overeenkomende ouder(s) door middel van de gezinsfunctionaliteit.
  • Professionals geven aan dat de Verwijsindex tijdwinst oplevert in het contact en bij de coördinatie van zorg waardoor de hulpverlening sneller en beter kan worden afgestemd.
  • Voorafgaand aan het opstellen van 1gezin1plan, is het noodzakelijk zicht te hebben op de betrokken professionals (vanuit het verleden, het heden en in de toekomst). Middels de Verwijsindex heeft men een extra hulpmiddel in handen.

4. Wat is het verschil tussen de VIR en een lokale of regionale Verwijsindex?

De VIR is de landelijke Verwijsindex en is een afkorting voor Verwijsindex Risicojongeren. De VIR is in beheer bij het ministerie van VWS en bundelt alle signalen vanuit het hele land, zodat er een landelijke dekkend netwerk ontstaat en er matches kunnen ontstaan tussen de regionale Verwijsindexen.

Iedere gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het inrichten en beheren van een regionale Verwijsindex. Omdat de signalen vanuit de regionale Verwijsindex automatisch doorgestuurd worden aan de landelijke Verwijsindex, kunnen er ook matches ontstaan tussen de diverse regionale Verwijsindex instrumenten.

5. Waarom werken professionals met de Verwijsindex?

Via de Verwijsindex kan een professional in contact komen met organisaties binnen en buiten het eigen netwerk (gemeente overstijgende of landelijke organisaties). Ook kan hij of zij in contact komen met organisaties waar ouders en/of de jongere niet met de professional over hebben gesproken, bedoeld of onbedoeld. Daarnaast komt de professional via de Verwijsindex ook in contact met toekomstig betrokken professionals.

6. Wat kan de Verwijsindex betekenen voor ouders?

De kern van de Verwijsindex is signaleren, verbinden en samenwerken. Met samenwerken bedoelen we samen met alle betrokken professionals én samen met ouders en/of jeugdige. Door open en transparant te zijn naar ouders en/of jeugdige, voelen zij zich juist geholpen en betrokken bij het traject. Doordat professionals al in een vroeg stadium op de hoogte zijn van elkaars betrokkenheid en met elkaar de hulpverlening afstemmen, hoeven ouders en/of jeugdigen niet bij iedere organisatie steeds opnieuw hetzelfde verhaal te vertellen.

Zie ook de ouderfilm op www.verwijsindex.tv/ouders

7. Welke informatie staat in de Verwijsindex?

In de Verwijsindex staat alleen dàt er een signaal is afgegeven, nooit de reden waarom. Het signaal bevat:

  • Algemene gegevens van de jeugdige (BSN, adres, geboortedatum, naam, geslacht).
  • Naam en contactgegevens van de betrokken professional.
  • Einddatum van het signaal.

Zodra er een match ontstaat (een verbinding tussen betrokken professionals), wordt alleen gevraagd wie centraal aanspreekpunt is voor de jeugdige/ het gezin en of de onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden.

8. Welke informatie staat NIET in de Verwijsindex?

De Verwijsindex bevat geen inhoudelijke cliënt-/ dossierinformatie (dit is ook niet mogelijk). De reden en onderbouwing van het signaal wordt niet aangegeven: een signaal bevat alleen DAT-informatie en geen WAT-informatie. Ook nadat de verbinding tussen professionals is gelegd (ook wel een match genoemd), wordt er geen inhoudelijk plan van aanpak in de Verwijsindex vastgelegd.

9. Wie kan bij de gegevens in de Verwijsindex?

Alleen de geautoriseerde signaleringsbevoegde professional die voor een jeugdige een signaal in de Verwijsindex heeft afgegeven, ziet het signaal en de matches waar hij/zij bij betrokken is. Het is niet mogelijk om, zonder jezelf bij de jeugdige zichtbaar te maken, in de Verwijsindex te zoeken of er andere signalen op een bepaalde jeugdige zijn geplaatst. De Verwijsindex is geen raadpleegsysteem.

N.B. De gemeente is wettelijk verplicht om te controleren of professionals na de match met elkaar hebben afgestemd. Hiervoor is een specifiek door de gemeente aangewezen functionaris verruimd geautoriseerd (Jeugdwet art. 7.1.3.2).

stockvault-115010-on-the-phone-smal

Signaal en Match

10. Wanneer signaleert een professional een jeugdige in de Verwijsindex?

  • Wanneer een professional betrokken is bij een jeugdige èn een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige op welk (leef)gebied dan ook moeilijkheden ondervindt.
  • Wanneer de veiligheid en ontwikkeling naar volwassenheid worden bedreigd.

Signaleringsbevoegde professionals hebben het recht om op basis van een eigen afweging een signaal af te geven in de Verwijsindex (Jeugdwet art. 7.1.4.1). Daarnaast zijn er ook situaties denkbaar, die je als ondergrens kan zien, waarin het evident is dat de professional zichzelf zichtbaar maakt bij de jeugdige.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • kinderen met een beschermende maatregel/ OTS,
  • jeugdigen die geen startkwalificatie hebben behaald en geen opleiding volgen,
  • veelvuldig schoolverzuim,
  • bij een combinatie van verschillende problemen,
  • indien er bij de ouders sprake is van onbeheersbare schulden (en het kind hierdoor belemmerd wordt),
  • vechtscheiding,
  • huiselijk geweld (waar het kind getuige van is),
  • een vermoeden van kindermishandeling en bij de toepassing van de meldcode,
  • middelenmisbruik bij de jeugdige en al dan niet in combinatie met een psychiatrisch ziektebeeld,
  • ouders met een verslaving (KVO) en/of ernstig psychiatrisch ziektebeeld (KOPP)
  • indien er een voornemen is tot het bespreken van de jeugdige/ het gezin op een multidisciplinair overleg en/ of voorafgaand aan het opstarten van 1 gezin, 1 plan, etc.

Daarbij moet het voor professionals in bijzondere casus-specifieke situaties ook mogelijk blijven om, na een bewuste afweging, hier van af te zien (opt-out).

Meer informatie vindt u op www.handreikingmelden.nl

11. Hoe lang blijft een signaal in de Verwijsindex bewaard?

Een signaal in de Verwijsindex is actief gedurende een wettelijke termijn van maximaal 2 jaar. In deze periode kan het signaal matchen met andere actieve signalen. Een professional kan na heroverweging een eerder afgegeven signaal afsluiten en daarmee inactiveren. Een inactief signaal kan niet meer matchen met andere signalen en wordt maximaal 5 jaar bewaard.

In de Jeugdwet art. 7.1.4.6 wordt in dit verband gesproken over het historisch meldingenarchief. Na een periode van 5 jaar worden de gegevens van dat signaal volledig en zonder uitzondering vernietigd. Ongeacht de status van het signaal, worden de gegevens rondom een jeugdige vernietigd zodra de jeugdige 23 jaar wordt of komt te overlijden.

12. Wat moet je doen als er na 2 jaar nog steeds betrokkenheid is en/of zorgen zijn?

Het signaal dat door de professional wordt afgegeven mag maximaal 2 jaar actief zijn en kan in die periode matchen met andere actieve signalen. Na 2 jaar maakt de professional een nieuwe afweging in hoeverre het noodzakelijk is om het signaal te verlengen. Wanneer dit gebeurt voordat het signaal inactief wordt, dan kan het verlengd worden, na die periode moet er een nieuw signaal afgegeven worden. In beide gevallen geldt wederom de doorlooptijd van maximaal twee jaar en de plicht tot informeren (over het verlengde signaal) aan de jeugdige en/of ouders.

13. Kunnen alle kinderen uit één gezin met een enkele handeling worden gesignaleerd?

Het is niet mogelijk om met één handeling alle gezinsleden te signaleren. Voor iedere jeugdige dient (wettelijk) een afweging plaats te vinden. Vervolgens zullen ouder(s) per jeugdige en/of elke jeugdige vanaf 12 jaar afzonderlijk geïnformeerd worden. Tegelijkertijd kunnen er wel gezinsmatches ontstaan indien er bij de gesignaleerde jeugdigen sprake is van een overeenkomende ouder (zoals bekend in het BRP/GBA).

14. Wat gebeurt er nadat een signaal in de Verwijsindex is afgegeven?

Zodra minimaal twee signalen zijn afgegeven op eenzelfde jeugdige ontstaat een match, dit noemen wij een cliëntmatch. Ook kan een signaal een match vormen met een signaal, dat is afgegeven voor jeugdigen met minimaal één overeenkomende ouder. Zo’n match noemen wij een gezinsmatch.

Na het ontstaan van een match worden de betrokken professionals genotificeerd, waarna zij contact met elkaar opnemen en de hulpvraag afstemmen. Uiteraard worden ouders en/of jeugdige hierbij betrokken. Voor het uitwisselen van inhoudelijke informatie over de jeugdige(n) tussen professionals is toestemming nodig. Professionals stemmen onderling af wie toestemming vraagt voor de uitwisseling van relevante informatie. Hoewel de Verwijsindex wel de verbinding tot stand brengt tussen professionals en samenwerking stimuleert, is de wijze waarop de samenwerking vervolgens vorm krijgt een proces waar de Verwijsindex als instrument zich niet mee bemoeit.

15. Wat doet de gezinsmatch?

De gezinsfunctionaliteit brengt professionals van elkaars betrokkenheid op de hoogte, indien er een situatie ontstaat waarbij sprake is van minimaal 2 signalen in de Verwijsindex voor jeugdigen met eenzelfde in de BRP opgenomen ouder (voorheen Gemeentelijke basisadministratie, de GBA).

Doordat samenwerking op gezinsniveau plaatsvindt, wordt de zorg in het gezin beter afgestemd. Voor de jeugdige en/of ouders betekent dit dat de ondersteuning/begeleiding gerichter kan worden ingezet. Indien de Verwijsindex voldoende vroegtijdig wordt ingezet, kan een gezinsmatch er voor zorgen dat er eerder een afweging plaatsvindt voor het opstarten van 1gezin1plan.

Privacy en wetgeving

16. Hoe zit het met privacy en de Verwijsindex?

Bij het afgeven van een signaal in de Verwijsindex, worden persoonsgegevens in de Verwijsindex verwerkt. Volgens artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is er, naast diverse andere redenen, sprake van rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, indien dit plaats vindt in het kader van een wettelijke taak. De Verwijsindex is specifiek benoemd in de Jeugdwet (§7.1). De verwerking van persoonsgegevens is gekoppeld aan deze wettelijke taak (doelbinding), waardoor wij niet meer gegevens bewaren dan noodzakelijk. De regionale Verwijsindex van MULTIsignaal is op deze manier opgezet: gekoppeld aan de doelbinding van de landelijke Verwijsindex én de bijbehorende wettelijke taak van het college van B&W zoals verwoord in de Jeugdwet.

17. Wordt een signaal met ouders en/of jeugdige besproken?

Ja. Professionals hebben het recht om op basis van gegronde redenen jeugdigen te signaleren (Jeugdwet art. 7.1.4.1) én hebben daarbij een informatieplicht (Jeugdwet art. 7.1.5.1). Voor het afgeven van een signaal in de Verwijsindex heeft de professional géén toestemming nodig. De informatieplicht houdt in dat ouders en/of jeugdige geïnformeerd worden over; het signaal in de Verwijsindex, de reden daarvan en waar men terecht kan indien er bezwaar is.

De wijze waarop men wordt geïnformeerd is niet bij wet geregeld. Wel kunnen er door het college van B&W nadere afspraken gemaakt zijn met haar convenantpartners (de formeel toegetreden en daarmee signaleringsbevoegde organisaties). Wanneer het in alle redelijkheid niet mogelijk is om ouders en/of jeugdige te informeren, of het in het belang van de jeugdige niet wenselijk is, dan kan dit uitgesteld worden. Dit moet dan wel gemotiveerd en gedocumenteerd worden in het cliëntdossier van de professional.

Ter ondersteuning is er een informatiefilm met uitleg over de Verwijsindex beschikbaar op www.verwijsindex.tv/ouders.

18. Wie moet worden geïnformeerd over het signaal in de verwijsindex?

Zoals vermeld in de Jeugdwet art. 7.1.5.1 geldt het volgende:

  • De jeugdige 0 tot 12 jaar: alleen ouders/verzorgers
  • De jeugdige 12 tot 16 jaar: ouders/verzorgers en jeugdige. De jeugdige heeft vanaf 12 jaar instemmingsrecht.
  • De jeugdige ouder dan 16 jaar: alleen de jeugdige

19. Waarvoor vraag je toestemming aan ouders en/of jeugdige?

Na het ontstaan van een match en voorafgaand aan de (multidisciplinaire) samenwerking, is er toestemming nodig van de jeugdige en/of de ouders (afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige) om inhoudelijke informatie uit te mogen wisselen.

De wijze waarop toestemming wordt gevraagd, is niet voor alle professionals bij wet geregeld. In de praktijk hebben de meeste organisaties een eigen privacy protocol waar professionals zich aan gecommitteerd hebben, of is er sprake van regels vanuit de beroepscode en beroepsorganisaties (zoals de KNMG).

Stem met de ouders/verzorgers/jeugdige af met welke partijen er wordt overlegd, welke informatie er wordt uitgewisseld en met welk doel dat gebeurt.

20. Aan wie vraag je toestemming voor het uitwisselen van informatie na de match?

Voor inhoudelijke gegevensuitwisseling heb je conform de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) toestemming nodig van:

  • De jeugdige 0 tot 12 jaar: alleen ouders/verzorgers
  • De jeugdige 12 tot 16 jaar: ouders/verzorgers en jeugdige. De jeugdige heeft vanaf 12 jaar instemmingsrecht.

De jeugdige ouder dan 16 jaar: alleen de jeugdige

21. Wat doe je als jeugdige of ouders niet instemmen met informatieuitwisseling na een match?

Dan mogen er volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) géén gegevens worden uitgewisseld.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de betrokken professionals zonder toestemming informatie uitwisselen en samenwerken. In zulke gevallen handelt de professional op basis van een conflict van plichten. Belangrijk is dan de afweging van de bezwaren van ouders en/of jeugdige tegen de noodzaak van de afgestemde hulp, zorg of bijsturing die men wil gaan verlenen of wordt verleend (en waarvoor uitwisseling van informatie nodig is). Dit kan aan de orde zijn indien er bijvoorbeeld sprake is van overmacht of een bedreigende situatie.

Wie bepaalt of er, in het belang van de jeugdige, sprake is van noodzaak tot samenwerking en er desnoods gebruik moet worden gemaakt van het conflict van plichten? Dat is de professional zelf. Alvorens hier direct naar te handelen, zal de professional logischerwijs deze afweging afstemmen met een directe collega en mogelijkerwijs met een leidinggevende en/of een juridische afdeling.

22. Wat houdt conflict van plichten in?

Een professional heeft het recht om op basis van gegronde redenen een jeugdige te signaleren. Daarnaast heeft hij of zij de plicht om ouders en/of jeugdigen hierover te informeren en is na een match verplicht om toestemming te vragen voor de samenwerking en daarmee de uitwisseling van relevante informatie.

Een professional kan in de knel komen met deze verplichtingen, wanneer het een situatie betreft waar de veiligheid van de jeugdige of anderen in gevaar komt door het bespreekbaar maken van bepaalde zorgen. In zulke gevallen zal de professional moeten beoordelen of het belang van de jeugdige zwaarder weegt, dan het beschermen van de privacy van de jeugdige en/of diens ouders. Is dit het geval? Dan kan de professional, zonder de ouders en/of de jeugdige te informeren, een signaal in de Verwijsindex afgeven en zonder toestemming van de ouders en/of de jeugdige (zo nodig met doorbreking van de geldende plicht tot geheimhouding) toch informatie uitwisselen. Deze overwegingen en keuzes dienen duidelijk te worden vastgelegd in het cliëntdossier.

23. Wanneer betreft het een conflict van plichten?

De afweging die een professional maakt, is een professionele afweging. Weegt de noodzaak tot samenwerken en het belang van de jeugdige zwaarder dan het recht op privacy van de jeugdige en/of diens ouders? Deze belangenafweging, in het geval van geheimhouding, valt doorgaans uit in het voordeel van de jeugdige. Bij twijfel kan de professional zichzelf, naast collegiale consultatie, de volgende vragen stellen:

  1. Heb ik er alles aan gedaan om toestemming van de ouders en/of jeugdige te verkrijgen?
  2. Weegt het gevaar voor de jeugdige, dat ik met het uitwisselen van informatie hoop af te wenden, op tegen het belang dat de jeugdige of de ouders hebben bij geheimhouding?

Indien de professional deze vragen met ‘JA’ beantwoordt, dan is sprake van overmacht en mag men op basis van een conflict van plichten zonder toestemming, de voor de samenwerking relevante informatie, onderling uitwisselen. Stel de betrokken professionals altijd van deze afweging op de hoogte. Ga zorgvuldig om met dergelijke situaties, pas collegiale consultatie toe en leg de beweegredenen vast in het cliëntdossier. Tevens moet worden overwogen om, naast het afgeven van een signaal in de Verwijsindex, ook andere stappen te overwegen, zoals een melding bij Veilig Thuis.

24. Hoe zit het met informeren en toestemming vragen indien ouders van mening verschillen?

Beide (gezaghebbende) ouders worden geïnformeerd over het signaal en van beide ouders is toestemming nodig om na de match en ten behoeve van de samenwerking informatie uit te wisselen over hun kind. Zijn de ouders gehuwd of samenwonend, dan mag worden aangenomen, dat de toestemming van de ene ouder ook de toestemming van de andere ouder betekent.

Zijn de ouders gescheiden en hebben beide ouders het gezag, dan is informeren en toestemming voor uitwisseling van informatie van beide ouders vereist. Indien één van de ouders niet kan worden bereikt en er alles aan gedaan is om te informeren (afgeven signaal) of de benodigde toestemming (na de match) te verkrijgen, dan moet dit geen belemmering zijn om te handelen. Het is wel belangrijk dat de professional in het cliëntdossier vastlegt wat er is gedaan om met de ouder(s) in contact te komen.

25. Is een melding bij Veilig Thuis hetzelfde als een signaal in de Verwijsindex?

Nee. Een melding bij Veilig Thuis heeft een ander doel dan signaleren in de Verwijsindex. De Verwijsindex en de Meldcode kunnen worden beschouwd als aanvulling op elkaar.

Een melding bij Veilig Thuis verloopt volgens het stappenplan van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Het primaire doel van de Meldcode is tijdig te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De afweging om ook een signaal af te geven in de Verwijsindex, is onderdeel van de Meldcode.

Het doel van de Verwijsindex is om de bij de jeugdige(n) betrokken professionals vroegtijdig te verbinden, waarna men (waar mogelijk) samen met de jeugdige en/of het gezin de hulp, zorg of ondersteuning goed op elkaar afstemt.

26. Wat kunnen ouders en/of jeugdige doen als ze het niet eens zijn met het signaal?

Ouders en/of jeugdige (afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige, zie vraag 18) kunnen een professional verzoeken het signaal uit de Verwijsindex te verwijderen. Indien de professional het eens is met het bezwaar (of er achter komt een fout gemaakt te hebben), kan dit worden doorgegeven aan de uitvoerend convenanthouder van de Verwijsindex (veelal Relatie-/ Proces- of Regiobeheerder genaamd, hierna Regiobeheerder). De Regiobeheerder is geautoriseerd om signalen definitief te verwijderen. Vervolgens stemt de Regiobeheerder dit ook af met de VIR (landelijke Verwijsindex), zodat ook daar het signaal kan worden verwijderd.

Indien de professional van mening is, dat het signaal terecht is afgegeven, dan maakt hij/zij gebruik van het meldrecht en zal het signaal geregistreerd blijven. Daarbij informeert de professional de jeugdige en/of ouders over de mogelijkheid van het verzoek tot verzet bij de gemeente van inschrijving. Ieder convenantgebied (regionaal samenwerkingsverband van gemeenten) kan in het vervolgproces andere procesafspraken gemaakt hebben.

Over het algemeen is het raadzaam dat er allereerst verwezen wordt naar de Regiobeheerder. Deze hoort het bezwaar van de ouder/jeugdige aan, legt de doelstelling van de Verwijsindex nogmaals uit en stemt de achterliggende reden van signaleren af met de professional en zet dit af tegen de landelijk geldende signaleringscriteria. Mocht het bezwaar vervolgens bij de ouders en/of jeugdige niet zijn weggenomen, maar het signaal volgens het inzicht van de Regiobeheerder wel terecht zijn afgegeven, dan wijst de Regiobeheerder de ouders en/of jeugdige op het recht om een formeel verzoek tot verzet in te dienen bij het college van B&W van de gemeente van inschrijving. Vervolgens zal de juridische afdeling van de gemeente, namens het college, het verzoek tot verzet in behandeling nemen.

 

Aan deze vragenlijst kunnen geen rechten worden ontleend. Heeft u naar aanleiding van het lezen van deze FAQ nog andere vragen? Neem dan contact op met MULTIsignaal, via info@multisignaal.nl.

Deze FAQ is mede mogelijk gemaakt door de Gebruikersvereniging MULTIsignaal en met dank aan de Verwijsindex Haaglanden, SISA Rotterdam en de regio FoodValley.

 

Oktober 2016